Monument voor Indische vader

(Jan Hendrik Bakker. In: Algemeen Dagblad, 1-06-2006)

 

De dood van een vader maakt de zoon tot tijdreiziger. Gaat het om een Indische vader dan is de jacht op de verloren tijd pas goed geopend, want als er een einde is gekomen aan een ontheemd en beladen bestaan dan ligt voor de nazaten de weg open naar het verleden. De bij leven zwijgende Indische vader komt aan gene zijde zo alsnog aan het woord.

            Reggie Baay heeft met De Ogen van Solo een monumentje opgericht voor zijn overleden vader. Jammer dat deze het nooit zal kunnen lezen, denk je als het boek uit is, maar het geheim van dit soort boeken is dat ze pas kunnen ontstaan als het al te laat is. Er rust een romantisch doem op, wat ze ook zo mooi maakt.

            In De Ogen van Solo vertelt Baay in een beknopte maar persoonlijke stijl over de dood van zijn vader.

            Plotseling was het gebeurd met de oude man, maar niet zonder dat hij zijn einde had zien aankomen. Een week tevoren had hij nog voor de deur van zijn zoon gestaan en deze een rijk maal voorgeschoteld. Achteraf zou het zijn afscheidsmaal blijken te zijn, duidelijk bereid ook als zodanig.

            Dan volgt een aantal min of meer losse verhalen, gebaseerd op de nalatenschap van de vader. Een beklemmend verslag over de zelfmoord van een bevriende KNIL-er, verder een uitbundig stuk over een legendarische oom Boet, die met zijn charme en levenslust het geknakte eergevoel van de Indo’s wist op te vijzelen. Aangrijpend is ‘Het Gele Boekje’, waarin verslag gedaan wordt van chemische experimenten op Japanse gevangenen.

            Naar een van hen is de auteur vernoemd. Reggies vader overleefde als enige. Een klein minpunt van dit originele gedenkboek is dat het af en toe te literair wil zijn. Ook heb ik me afgevraagd hoe authentiek de gepubliceerde fragmenten uit dagboeken en brieven zijn.

            Maar dat weegt allemaal niet op tegen de schoonheid van dit meeslepende boek.