Gebleekte ziel – Reggie Baay

19 juni 2012
 

Fascinerende roman over klein stukje koloniale geschiedenis

Recensie door Lodewijk Lasschuijt in Literair Nederland

De lezer wordt ondergedompeld in dit verhaal. Al na een paar bladzijden bestaat de wereld om je heen niet meer en leef je mee met Nyoman Darma Koesoema, een van oorsprong Balinese edelman die zoals later in het boek zal blijken in Amsterdam wordt misvormd tot Christiaan Darma. Hij volgt er een opleiding tot onderwijzer aan de Gemeentelijke Kweekschool en behaalt daar ook zijn hoofdakte. Intussen maakt hij kennis met de werken van Multatuli en Roorda van Eysinga en raakt geïnspireerd door deze grote opstandige geesten en hij neemt zich voor een rol te gaan spelen in het beëindigen van het onrecht dat in Indië heerst. Het wordt hem ook duidelijk op welk een gewelddadige en wrede wijze sommige delen van het toenmalige Nederlands-Indië waren onderworpen door generaals waar later in Nederland standbeelden voor werden opgericht.

Hoofdonderwijzer Ekker en zijn vrouw, waar Nyoman onderdak heeft gevonden, doen er alles aan, overigens met de allerbeste bedoelingen, om van de jongeheer Darma een Europeaan te maken. Tot op zekere hoogte slagen ze daar ook in met als gevolg dat Nyoman Darma na terugkeer in zijn geboorteland zich erg ongelukkig voelt omdat hij door zowel de Europese ‘elite’ als de inlandse bevolking niet geaccepteerd wordt. Hij krijgt een aanstelling als hulponderwijzer aan de opleidingsschool voor inlandse ambtenaren te Bandoeng, waar de zonen van de inlandse adel worden opgeleid tot kundige, eerzame en loyale medewerkers die zich na hun opleiding met volle overgave kunnen inzetten in dienst van het Nederlands-Indisch gouvernement. In Holland is Nyoman, door een hoge ambtenaar van het Ministerie van Koloniën al te verstaan gegeven dat hij zich in ruil voor zijn reis, verblijf en opleiding, levenslang verplicht heeft zich in dienst te stellen van het gouvernementsonderwijs in Indië. Min of meer een lijfeigene dus.
In Bandoeng neemt Nyoman zijn intrek bij de niet meer zo jeugdige maar nog steeds aantrekkelijke weduwe Tidens-Hiddema met wie hij na enige tijd een innige relatie begint hetgeen uiteindelijk uitmondt in een zwangerschap. Er wordt een dochter, Jeanette Pauline, geboren. Hermine Tidens heeft al een dochter Mina uit een eerdere relatie. De reacties van de omgeving zijn ontluisterend. Eieren en rottend fruit worden tegen de woning gegooid, honden worden vergiftigd en de pesterijen nemen dusdanige vormen aan dat Nyoman zich genoodzaakt ziet te verhuizen, weg uit de Europese wijk.

Hermine vertrekt voor twee weken naar de kust om bij te komen van de Bandoengse terreur en tijdens haar afwezigheid ontwikkelt zich tussen Nyoman en zijn veel jongere stiefdochter Mina een relatie die voornamelijk is gestoeld op wellust. Na haar terugkeer neemt Hermine haar intrek in de bijgebouwen en Nyoman en Mina treden in het huwelijk. Hermine leeft enige tijd in vrijwillige ballingschap, onder grote emotionele spanningen die veroorzaakt worden door de hoon en verwensingen van de Europese gemeenschap, en bezwijkt later aan een hartaanval. Op haar begrafenis verschijnt een jonge Europese vrouw die zich bekend maakt als Betsy Hoogduin-De Vijver. Zij zal een belangrijke plaats gaan innemen in het leven van Nyoman en Mina. Vooral Mina laat zich beïnvloeden door Betsy en haar niet altijd zuivere bedoelingen. Na de geboorte van een tweede dochter Christine, wordt Nyoman steeds vaker door Mina afgewezen en hij zoekt dan troost bij een Soendanese vrouw, Kassijem.

Nyoman wordt ook politiek actief en hij probeert aansluiting te vinden bij de aarzelend op gang gekomen stromingen binnen de Indische gemeenschap die streven naar onafhankelijkheid. Er is een te grote verdeeldheid tussen de verschillende bewegingen, een duidelijk toekomstbeeld ontbreekt en teleurgesteld verbreekt hij na enige tijd de banden met de revolutionairen.

Als de directeur van de opleidingsschool voor inlandse ambtenaren, Theodorus Vaneck komt te overlijden, wordt Nyoman beschuldigd van betrokkenheid bij diens dood. Ketoet, de trouwe Balinese huisbediende waarschuwt voor de plannen die familieleden van Vaneck zouden hebben om Nyoman om het leven te brengen. Ook Betsy Hoogduin speelt een kwalijke rol. Mina is voortdurend neerslachtig en gedraagt zich neurotisch en zelfs wanneer Nyoman, na een daartoe ingesteld verzoek, officieel gelijkgesteld wordt aan een Europeaan, komt daar geen verandering in. Als Mina zich na verloop van tijd weer heel levenslustig toont en weer graag naar buiten gaat, blijkt dit toch een bijzondere reden te hebben. Ketoet waarschuwt Nyoman voor haar buitenechtelijke escapades. De nieuwe minnaar Johannes zweert samen met Betsy en Mina. Een Ambonees met een kwalijke reputatie wordt ingehuurd om Nyoman om te brengen.

Vooral de tweestrijd waarin de hoofdpersoon vanaf zijn aankomst in Amsterdam maar vooral ook na terugkeer in zijn geboorteland verkeert, wordt op treffende wijze weergegeven. De karakters van de hoofdpersonen worden tot in detail omschreven. Veelvuldig voegt de schrijver maatschappijkritische noten aan het verhaal toe en we krijgen een goed beeld van de tegenstellingen tussen blank en bruin in het voormalige Nederlands-Indië. Door de uitstekende wijze waarop het  boek het onrecht beschrijft dat de inlandse bevolking destijds is aangedaan, zal het verhaal zeker verontwaardiging opwekken bij de lezer.
Wat verder direct opvalt aan dit boek is het gedateerde taalgebruik dat helemaal past bij de beschreven periode (1879-1909). De schrijver slaagt er op meesterlijke wijze in om dit tot aan het einde van zijn verhaal vol te houden. Een woordenlijst, in de toenmalige spelling, van de in het boek voorkomende Maleise woorden, is toegevoegd.