Toespraak en recensie (Indisch Anders, mei 2013) bij de verschijning van de Nederlandse vertaling van de roman The garden of evening mists van de  Maleisische auteur Tan Twan Eng.

 


Betoverende roman over een pijnlijk verleden

©Reggie Baay

  

Op een berg boven de wolken woonde eens een man die de hovenier van de Japanse keizer was geweest.’ Zo begint de roman The garden of evening mists van de Maleisische auteur Tan Twan Eng die nu in de Nederlandse vertaling is verschenen onder de titel De tuin van de avondnevel. En terwijl je je na zo’n introductie verwachtingsvol opmaakt voor een sprookjesachtig verhaal word je in deze roman geleidelijk een geschiedenis binnengeleid die verre van sprookjesachtig blijkt te zijn.

Die geschiedenis wordt in het boek verteld via een subtiel spel van flashbacks vanuit het perspectief van Teoh Yun Ling, een gepensioneerde Maleisische vrouwelijke rechter, geboren in 1923 en opgegroeid in het milieu van de loyale koloniale elite van Penang. Zij heeft het hectische leven in Kuala Lumpur vaarwel gezegd om zich rekenschap te geven van haar eigen verleden en dat van haar geboorteland. Yun Ling reist daartoe terug naar een plek die daarmee onlosmakelijk verbonden is: de Cameron Highlands, de idyllische hoogvlakte in West-Maleisië. Daar namelijk ligt de verbinding tussen Yun Ling en respectievelijk haar verleden als oorlogsslachtoffer tijdens de Japanse bezetting; de geheimzinnige Japanse hovenier Aritomo; en de moeizame weg naar onafhankelijkheid van ‘Malaya’ naar een zelfstandige natie, los van de Britse kolonisator. Eenmaal in de Cameron Highlands aangekomen, ontvouwt deze mysterieuze, meervoudige geschiedenis zich vervolgens als een Oosterse theeceremonie: langzaam, sereen en gracieus.

We leren Yun Ling aan het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw kennen als een getergde, jonge aanklager die zich verbeten inzet voor de berechting van Japanse oorlogsmisdadigers. Aan haar verbetenheid blijken ook persoonlijke redenen ten grondslag te liggen: als jonge vrouw is zij samen met haar zus door de Japanners gevangen genomen, mishandeld en vervolgens als slavin tewerkgesteld in een kamp waarvan de ligging door de Japanse bezetter angstvallig geheim is gehouden. Als begin 1945 duidelijk wordt dat het keizerlijke leger de oorlog zal verliezen weet Yun Ling als enige van de gevangenen te ontsnappen, terwijl al haar lotgenoten, inclusief haar zus, door de Japanners uit angst voor ontdekking worden vermoord. Het levensdoel dat zij zich vervolgens stelt is berechting van de Japanse oorlogsmisdadigers en het lokaliseren van het kamp om zo het graf van haar overleden zus te vinden.

Enkele jaren na de oorlog treffen we Yun Ling aan in de Cameron Highlands, waar zij contact zoekt met  - uitgerekend - de gewezen hovenier van de Japanse keizer, Nakamuro Aritomo. Hij heeft daar in de hooglanden een prachtige Japanse tuin aangelegd en woont er in het landhuis Yugiri (avondnevel). Yun Ling wil hem een Japanse tuin laten aanleggen ter nagedachtenis aan haar vermoorde zus, die, zo komen we te weten, voor de oorlog gefascineerd is geraakt door de bijna mathematische schoonheid ervan.

De hovenier weigert haar verzoek, maar biedt in tweede instantie aan haar het vak te leren, zodat zij zelf in staat zal zijn de tuin aan te leggen. Hoewel zij aanvankelijk weerzin voelt (Aritomo behoort immers tot het door haar gehate Japanse volk) stemt zij omwille van haar gestorven zus uiteindelijk toch met het voorstel in.

En dan begint een geraffineerd spel tussen ‘meester’ en ‘leerling’, tussen aantrekken en afstoten, waarbij associaties en herinneringen aan haar kampverleden Yun Ling veelvuldig parten spelen. Dit alles voltrekt zich tegen het decor van Malaya’s moeizame weg naar onafhankelijkheid.

Het verleden en (de vertekening van) het geheugen spelen overigens niet alleen bij Yun Ling een belangrijke rol, maar ook bij haar Japanse leermeester Aritomo. Waarom heeft hij vlak voor de oorlog zijn eerbiedwaardige loopbaan als tuinman van de keizer vaarwel gezegd? Wat heeft hem doen besluiten zich te vestigen in de afgelegen Cameron Highlands? En waarom is hij nooit meer teruggekeerd naar Japan?

Er is nog iets dat – in het ‘heden’ (in het boek is dat het begin van de jaren tachtig) -  de noodzaak tot herinneren bij de hoofdpersoon evident maakt: zij blijkt te lijden aan voortschrijdende afasie. Voordat het te laat is moet het verleden dus zo snel en zo goed mogelijk in kaart worden gebracht. Gelukkig voor haar is er in het heden iemand die min of meer als ‘aanjager’ van haar haperende geheugen fungeert: de Japanse kunstkenner Tatsuji, die een boek wil samenstellen over het werk van de inmiddels overleden Aritomo. Deze laatste was namelijk ook een zeer gewaardeerd graficus, gespecialiseerd in het vervaardigen van houtsneden. En het ‘toeval’ wil dat veel van zijn werk in het bezit is van Yun Ling.

Zo krijgen we als lezer aan de hand van het geheugen van Yun Ling, geholpen door het zoekwerk van kunstkenner Tatsuji, stapje voor stapje inzicht in wat er zich in het verleden heeft afgespeeld. Maar weten we het dan echt? Want hoe betrouwbaar is datgene wat het geheugen ons voorschotelt? En dan met name het geheugen van Yun Ling?

The Garden of evening mists is een betoverende roman over herinneren en vergeten. Betoverend, niet alleen vanwege de knappe constructie en stijl  (Tan Twan Eng toont zich in de roman een begenadigd stilist), maar ook vanwege de uitgekiende, gelaagde manier waarop in de roman spanning wordt opgebouwd. Subtiel worden mysteries gecreëerd en nog subtieler ontrafeld; geraffineerd worden geheimen gepresenteerd en nog geraffineerder onthuld. Als lezer krijg je daardoor weinig gelegenheid te verslappen, ook omdat je er al lezend op bedacht moet zijn niet op het verkeerde been te worden gezet.

Kent de roman dan geen zwakke punten? Jawel, een bepaalde vorm van wijdlopigheid bijvoorbeeld. In zijn drang de lezer te informeren vervalt de schrijver soms in uitweidingen die op zich interessant zijn (onder meer over de kunst van het tatoeëren en Japanse houtsneden), maar die wel de vaart uit het verhaal halen. Het zijn echter futiliteiten in vergelijking met de sterke punten van deze roman.

Het is hartverwarmend om te constateren dat een Maleisische schrijver die ver na de oorlog geboren is (1972) kennelijk zoveel betrokkenheid bij die oorlog voelt dat hij hem tot onderwerp van zijn werk heeft gemaakt. Niet minder mooi is dat het hem ook internationale erkenning heeft opgeleverd: The garden of evening mists stond op de shortlist van de prestigieuze Man Booker Prize en werd bekroond met de Man Asian Literary Prize 2012. Is het niet fantastisch dat Tan Twan Eng met zijn boek op een prachtige, literaire manier een internationaal lezerspubliek deelgenoot heeft gemaakt van de geschiedenis van de Tweede wereldoorlog in dit deel van Zuidoost-Azië? Het is iets dat wat mij betreft nog lang navolging verdient.