Tekst van de toespraak gehouden door Reggie Baay op 12 juni 2014 in DE BALIE in Amsterdam in het kader van LovingDay.nl 2014 over (On)zichtbaar gemengd en gemengde relaties. 

 

                           

GEMENGD

 @Reggie Baay

 

Ik ben Reggie Baay, zoon van Pieter Baay, geboren in Indonesië en Ida Meijer eveneens geboren in Indonesië. Van vaderskant ben ik kleinzoon van Louis Baay en de Javaanse vrouw Moeinah. Van moederskant kleinzoon van Martin Meijer en de Toradjarese vrouw Maria Paloengan. Ik kom uit een geslacht waar al generaties lang gemengde huwelijken plaatsvonden, niet alleen mijn grootouders, maar ook mijn overgrootouders en zelfs al mijn betovergrootouders hadden een gemengde relatie. En ja, mijn betovergrootvaders waren weliswaar Nederlanders, maar zo is mij later gebleken, die waren dan ook weer voortgekomen uit een gemengde relatie met respectievelijk een Franse en een Zwitserse partner. Kortom, hier voor u staat iemand met ondertussen zoveel gemengd bloed in zich dat ik vrees dat ik wel eens spontaan zou kunnen ontploffen als men mij te hard door elkaar schudt.

Deze verregaande gemengdheid in mijn familie heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat ik geworteld ben in een voormalige Nederlandse kolonie: het vroegere Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Daar waar vanaf de 17e eeuw Hollanders naar toe trokken om er rijk te worden. En daar waar mensen elkaar treffen, hoe verschillend ook, ontstaan relaties.

Als mijn voorouders één ding bewezen hebben dan is het wel dat intermenselijke verhoudingen zich niet laten stoppen door grenzen of barrières. Sterker nog, zij hebben bewezen dat vriendschap, genegenheid en liefde in staat zijn waandenkbeelden te verslaan. Zij zijn degenen immers die vòòr mij een ongemeen harde strijd hebben moeten leveren in een tijd en een samenleving waarin een gemengde relatie op z’n zachtst gezegd ‘not done’ was. Zij hebben moeten vechten, niet alleen tegen hoon, laster en vooroordelen, maar ook tegen uitsluiting, onverbloemd racisme en zelfs structureel geweld.

Het feit dat ik besta en hier voor u sta is het bewijs dat zij hebben gezegevierd. En dat vervult mij met trots. Zozeer dat ik op mijn beurt de familietraditie heb voortgezet en ook gemengd ben getrouwd; met een helblonde, blauwogige Nederlandse vrouw, wel te verstaan.

 

Wie zelf een gemengde relatie heeft, en ook nog eens, zoals ik, met gemengde relaties is opgegroeid, wordt vanzelf met de zegeningen én de problemen ervan geconfronteerd. Nu ben ik in ieder geval van één ding overtuigd, namelijk dat het probleem of het gevaar bij gemengde relaties bijna nooit van binnenuit, maar altijd van buitenaf komt. Let maar op: het is altijd de omgeving die er een probleem mee heeft. En in de basis komt dat uit niets anders voort dan uit de angst van die omgeving om de greep, de macht of de dominante positie te verliezen. In de tijd van mijn ouders en grootouders kreeg die angst vorm in een raciaal argument: gemengde relaties werden afgekeurd en zelfs verboden omdat rasvermenging tot degeneratie zou leiden. Kinderen uit gemengde relaties zouden dan ook per definitie achtereenvolgens gedegenereerd,  zwakzinnig én crimineel zijn. Wel, het feit dat ik, toch een kind van rasvermenging, hier voor u sta, mij netjes gedraag, zelfs in staat ben om een tamelijk helder verhaal te houden én dat u allemaal op dit moment uw portemonnee nog heeft, bewijst de belachelijkheid van dit raciale argument. (En mocht u er nu achter komen dat u uw portemonnee niet meer heeft, dan heb ik het écht niet gedaan.) Achter dit ridicule raciale argument ging niets anders schuil dan de verwerpelijke angst om de blanke macht en superioriteit te verliezen, daarom moest de raszuiverheid angstvallig bewaard en verdedigd worden.

Gelukkig is er nu geen weldenkend mens meer die met dat idiote argument gemengde relaties durft te veroordelen. Maar er is helaas iets anders voor in de plaats gekomen, want vandaag de dag zijn er nog steeds velen in onze omgeving die moeite hebben met een gemengde relatie. Dat uit zich dan niet in openlijke afkeuring of verboden, maar in het eufemistische ‘zich zorgen maken’. Men maakt zich dan zogenaamd ‘zorgen’ of het wel goed gaat: zo’n  relatie met iemand uit zo’n hééll andere cultuur. Dit is wat ik gemakshalve maar het culturele argument noem. Want onder deze ‘bezorgdheid’ gaat de angst schuil dat met de gemengde relatie de eigen cultuur verloren gaat, of op z’n minst wordt aangetast. Dat wordt zichtbaar in bezorgde vragen als: ‘Hij / zij respecteert toch wel dat je,’ en dan volgt er vaak iets dat in de dominante cultuur als een belangrijk recht of als een belangrijke vrijheid wordt gezien.  Of: ‘Moet je nu ook …,’ en dan volgt er een gebruik of ritueel dat met die ‘vreemde’ cultuur van de partner te maken heeft. Tja, en het wordt natuurlijk helemaal tricky wanneer het over die andere godsdienst gaat; dan zijn, om er maar eens een zeer Nederlands spreekwoord tegenaan te gooien: de rapen gaar.

Was het vroeger de angst voor raciale aantasting, tegenwoordig is het vooral de angst voor culturele aantasting. De angst dat met gemengde relaties andere, vreemde culturen oprukken en dat vroeg of laat de Nederlandse cultuur niet meer de dominante cultuur zal zijn. Dát zit altijd impliciet in de bezorgdheid van de buitenwereld wanneer ze vragen of het wel goed gaat wanneer je een gemengde relatie hebt.         

 

Toch zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet. Daar heb ik zo mijn redenen voor.      

Ik zal u één voorbeeld geven. Na een optreden heb ik nog wel eens de onhebbelijke gewoonte om – gedreven door een ongezonde trek – een lokale snackbar te bezoeken. De Nederlandse snackbar; het bolwerk bij uitstek van de Nederlandse cultuur. Of… Is het u wel eens opgevallen hoe buitenlands het assortiment in een Nederlandse snackbar is? Nog afgezien van het feit dat frites van de Belgen is gestolen, vliegen de bamiblocks, nassisticks, patat shoarma, shashlicks, loempia’s en satéhs je daar om de oren. Maar daar wil ik het nog niet eens over hebben. Nee, wat mij vooral opvalt en mij zeer positief stemt – en let u daar ook maar eens op – is dat steeds meer Nederlandse snackbars, zoals ik net al zei: hét bolwerk van de Nederlandse cultuur, en vooral die in de provincie, gedreven worden door Turkse, Marokkaanse en zelfs Chinese exploitanten! De uitbaters van de oerhollandse snackbar zijn steeds vaker mensen uit andere, zeer uiteenlopende culturen!

Waarmee ik maar wil zeggen dat dé Nederlandse cultuur al lang niet meer bestaat. Cultuur is, net als taal, altijd in beweging en wordt dagelijks beïnvloed door haar gebruikers. En die gebruikers zijn geen uniforme Nederlanders meer, maar heel veel mensen met zeer verschillende achtergronden. De Nederlandse cultuur is daardoor al lang een mengcultuur geworden. Een cultuur waarin stilletjes al jarenlang allerlei andere culturele invloeden een plek hebben gevonden. Dus al die mensen die moeite hebben met een gemengde relatie omdat ze bang zijn dat dé Nederlandse cultuur daarmee wordt aangetast, verzetten zich tegen iets dat al lang bestaat. Dat is niet alleen kortzichtig, maar ook verspilde moeite. Wie zich dus verzet tegen gemengde relaties, verzet zich tegen de werkelijkheid. En dat is een strijd die men per definitie verliest!